5 Tips om makkelijker aan huiswerk te beginnen

Boeken rond1. Zorg dat je er niet omheen kunt.
Mensen die geen zin hebben om te gaan sporten wordt aangeraden om ’s ochtends meteen hun sportkleren aan te trekken, zodat ze er niet meer omheen kunnen.
Mensen die geen zin hebben om huiswerk te maken, kunnen dus beter alvast hun boeken in het zicht leggen en niet eerst iets heel anders doen of afspreken.

loesje_-5-hw-tips

 

2. Bepaal een volgorde.
De hele tijd nadenken over wat je allemaal moet doen zorgt er meestal voor dat je juist
niets doet. Kies drie belangrijke dingen en een volgorde. Het afmaken van die drie dingen kan zomaar ineens zorgen voor motivatie voor meer.

3. Begin met maakwerk.
Maakwerk is meestal leuker om te doen dan leerwerk én Je doet een deel van het leerwerk alvast ongemerkt: als je het maakwerk aandachtig doet, ga je je namelijk dingen afvragen. En het antwoord op die vragen staat nou net in de theorie! Op deze manier blijft de theorie veel beter hangen.

schets_5-hw-tips4. Maak een schets bij leerwerk.
Als je saai leerwerk hebt, maak er dan een schets bij. Maakt niet uit wat: een (strip)tekeningetje bij ieder tussenkopje, een tijdlijn, een overzicht in een tabel. Met een beetje geluk groeit op de manier je motivatie om je schets steeds verder in te vullen, terwijl je demotivatie zorgt dat je je samenvatting niet te uitgebreid maakt. Mooi meegenomen!


5. Vink het af!
Niets geeft meer voldoening dan een streep door een taak of een vinkje ervoor.

Auteur: Loes Nijland

Hardvochtige huiswerktips voor ouders

Bij het Kabinet komen regelmatig vragen van ouders binnen over hoe zij hun pubers kunnen begeleiden bij het huiswerk. Uit ervaring weet ik ondertussen dat ouders vaak zachte heelmeesters zijn. Daarom voor alle ouders: 5 hardvochtige huiswerktips!

1. Blijf de bijrijder
Je kind komt iets vragen, en voor je het weet zit jij met je tong tussen je tanden en het zweet op je voorhoofd die wiskundesom te maken. Al uitleggend, maar als je opkijkt is je kind aan het whatsappen tot jij klaar bent. Jahaa, ik luister echt wel hoor.

NIET DOEN: pen en schrift overnemen. Je rijinstructeur heeft ook geen enkele les op jouw plek gezeten.

WEL DOEN: Ga op je handen zitten. Kijk begrijpend en vraag je kind uit te leggen en voor te doen wat hij nog wel snapte. Verbazingwekkend vaak kan hij dan ook wel weer verder. Je voelt je net Jomanda.

2. Alles heeft een ritme
Je puber blijft in het weekend in bed liggen terwijl de hele familie naar scouting is, de auto wast, het gras maait en boodschappen doet. Als dan iedereen voldaan in de tuin/bij de open haard zit komt de puber klagend naar beneden. Ik moet altijd maar huiswerk doen terwijl jullie gewoon vrij hebben.

NIET DOEN: eindeloos in discussie gaan. Het arsenaal aan ja-maars van een puber is schier onuitputtelijk.

WEL DOEN: zorgen voor een bovenstaand gezinsritme en je puber daarin laten meedraaien (dus ja, gewoon uit bed timmeren). Voorkomt direct ook dat de zondagavond niet zo rekbaar blijkt te zijn als gedacht.

3. De kunst van het overhoren
Ze kende alles en toch een onvoldoende. Nee, geen idee waar het aan lag. Heb het haar zelf nog overhoord!

NIET DOEN: invullen. Jij kent je kind heel goed en hebt aan een half woord genoeg. De docent helaas niet. De rest van de wereld trouwens ook niet.

WEL DOEN: kritisch blijven. ‘Ze waren het er niet mee eens’ is een nulpunts-antwoord. Wie waren het waar niet mee eens en waarom? ‘Maar op de toets doe ik dat wél’. Niet geloven. Kost gewoon 10.000 uur inslijten.

4. 1 x stuiteren mag
Die repetitie was ineens vandaag! Ze hadden niet gezegd dat ze over die film ook vragen gingen stellen! Hoofdstuk 6 hoefde niet per se! Ze gingen ervan uit dat je de stof uit het vorige hoofdstuk ook nog kende! Van die dingen die je maar één keer fout doet, en waar je echt alleen jezelf de schuld van kunt geven.

NIET DOEN: de school afvallen in bijzijn van je kind. Helaas, maar dat ondermijnt het leereffect.

WEL DOEN: je kind een schrale troost bieden door deze onvoldoende als leergeld te benoemen.

5. Wie niet slaapt, die niet weet
Nachtwerk geworden, dat last-minute-leren van die repetitie. In het weekend trouwens ook niet kunnen leren want sport en uitgaan enzo, haha, je kent het wel. Kan me vandaag trouwens helemáál niet concentreren.

NIET DOEN: denken dat je kind verstandig genoeg is om op tijd naar bed te gaan. Zijn planningsvermogen en bioritme geven hiertoe echt geen enkele aanleiding.

WEL DOEN: grenzen stellen aan hoe laat, hoe vaak. Dat mag echt. Ook in 2015 nog.

Auteur: Loes Nijland

180 graden om...durf je dat?

Misschien zit er thuis eentje bij je op de bank en anders ken je er vast wel één. Een puber met z’n ziel onder zijn arm. Die school saai en nutteloos vindt en véél te makkelijk, maar voldoendes halen…. ho maar! En dat ligt natuurlijk (dat snap je toch ook wel) aan alles behalve aan de tiener in kwestie. Die dus ook niets onderneemt om uit deze impasse te komen, want ‘dat heeft toch allemaal geen zin’.

De leerling die bij ons kwam was helaas al aan het afglijden geslagen. Een schoolniveau naar beneden zou de kans op voldoendes vergroten, maar na twee (!) stappen naar beneden bleek niets minder waar. De aansluiting bij de klas werd alleen maar minder en de degradatie werd als, ja…, degradatie gezien. ‘ Dus wat heeft het dan allemaal nog voor zin?’

Wanhopig maakte hij zijn ouders en docenten. Die niet waren opgehouden met in hem te geloven, maar even niet meer wisten hoe ze het tij moesten keren. Terwijl hij eigenlijk haarfijn aangaf waar de oplossing lag: in zin! Deze puber was de zin in leren kwijtgeraakt! Maar hoe konden we hem die motivatie weer teruggeven?

We deden wat TomTom ook zou zeggen in zo’n situatie: Probeer om te keren! We maakten een plan om al het opvoedgedrag 180 graden om te draaien.

Dus niet meer: ‘Je huiswerk is vast nog niet af’, maar: ‘Was er nog iets interessants bij je huiswerk vandaag?

Niet langer: ‘Als het niet af is mag je niet weg‘, maar: ‘Als jij vindt dat het af is wie ben ik dan om te zeggen dat je niet weg mag?’

In plaats van ‘De helft is niet ingevuld’ ‘De antwoorden díe je hebt ingevuld zijn echt goed, waarom is de rest van de vragen eigenlijk leeg?‘ (eventueel aangevuld met ‘waren die beneden je stand?’, want je moet wel oppassen voor teveel zoetsappigheid natuurlijk).

Zijn dappere ouders durfden het aan om de controle los te laten en iedereen die met hun puber te maken had te vragen om mee ‘om te keren’. En raad eens? Binnen een jaar zat hun zoon weer op zijn oude niveau. Hij voelt zich weer gezien, vindt school leuker, vertelt uit zichzelf wat hem bezighoudt en motiveert nu zelfs anderen om een beetje serieuzer te werken.

Het kan dus! Stoppen en omkeren op zo’n vicieuze opvoed-rondweg. En het is niet ingewikkeld, je hebt er alleen wat durf voor nodig.

Auteur: Loes Nijland 

'En nu leg ik 'm écht weg!'

L: Zit op zijn telefoon te kijken (Facebook of iets dergelijks).

B: ‘…En stop je telefoon dan nu maar in je tas.’

L: ‘Ja maar nee, kijk, ik leg ‘m nu hier op de hoek van mijn tafel, en dan kijk ik er niet meer naar’

*PING*

L: ‘Ja maar ik moet nu wel echt heel even kijken, dit gaat over school! Heus! Denk ik!’

Enige weken geleden werd bekend dat 1 op de 6 jongeren verslaafd is aan zijn of haar mobieltje. Veertien procent van de meisjes zit elke dag vijf (5!) uur of langer op sociale media. Bij de jongens is dat zes procent. Dat betekent dat dagelijks circa 96.000 meisjes en 43.000 jongens in de leeftijd van 12-18 bijna een derde van hun wakkere tijd doorbrengen met naar een schermpje turen. Ook de jongeren die zichzelf niet als ‘verslaafd’ bestempelen brengen alsnog 1 tot 3 uur per dag door met sociale media.

Is dat erg?

Als uw kind zoveel schermtijd aankan zonder last te hebben van verminderde concentratie, achterstanden op school, mentale afwezigheid, slaapproblemen, of sociale problemen, nee, dan is er geen probleem. De kans daarop acht ik echter niet zo groot – zeg maar gerust nihil (sorry voor mijn pessimisme). Want het is niet alleen de langdurige schermtijd (tijd die dus niet aan huiswerk, sport, hobby of familie wordt besteed) die uw kind direct beïnvloedt, maar ook de doorwerking daarvan.

Het blauwe licht van schermen heeft een zeer nadelige invloed op de aanmaak van slaaphormonen. Daglicht is ook blauw licht, en voor onze hersenen geldt: blauw licht is wakker blijven, dus veel minder aanmaak van melatonine, het belangrijkste slaaphormoon.

Nu is de aanmaak van melatonine bij pubers al snel verstoord, dus zeker voor hen is het van het grootste belang om minimaal een uur (maar liever langer) voor bedtijd niet meer naar schermen te kijken. Als het écht onvermijdelijk is, omdat er écht iets überbelangrijks voor school afgemaakt moet worden, gebruik dan de f.lux app. Die zorgt ervoor dat de kleur en helderheid van het scherm zich aanpassen aan het moment van de dag. Nog even facebooken of chatten voor het slapen blijft echter uit den boze als u uw puber een gezonde nacht slaap wilt bezorgen.

Bovendien strekken de gevolgen van de overkill van sociale media zich ook uit tot een minder meetbaar deel van het welzijn van uw puber: het zelfbeeld. Natuurlijk zijn jongeren altijd bezig met zichzelf profileren, uitvinden en in beeld brengen, maar sociale media versterken dit proces enorm. Onze zoons en dochters leven in een etalage. Sommige jongeren maken zich hier (begrijpelijkerwijs) zo druk om dat ze zich nauwelijks op iets anders kunnen concentreren, er niet van kunnen slapen of zelfs depressieve klachten gaan vertonen.

Ten slotte is daar het feit dat al dat digitale contact onmogelijk een vervanging voor echt menselijk contact kan zijn. Paradoxaal genoeg vereenzamen jongeren. Nog geen vijf jaar geleden brachten de leerlingen van ons huiswerkinstituut nog kletsend of samen de krant (ok, de stripjes) lezend de pauze door. Tegenwoordig zitten ze met zijn drieën op een rij in alle stilte een spelletje te spelen of te chatten. Lekker rustig? Dat wel. Sociaal? Minder. Hoe vaak wordt u thuis geconfronteerd met een ‘zombie’ die alleen maar op zijn telefoon zit te tikken en enkel reageert met ‘hmmhmm’? Gezellig?

Wat kunt u zelf doen?
  • Praat erover met uw kind: vindt uw zoon dat hij vaak met zijn telefoon bezig is? Waarom wel of niet? Heeft uw dochter moeite om in slaap te komen? Hoe denkt ze dat dat komt?
  • Maak duidelijke afspraken: kies momenten waarop u vindt dat uw kind even telefoonloos moet zijn. Etenstijd, huiswerktijd, bedtijd, noem maar op. Zorg ervoor dat de telefoon dan ook niet binnen bereik is: ‘nee mam, ik kijk er echt niet op tijdens het huiswerk’ is niet voldoende.
  • Geef het goede voorbeeld: als u met uw kind (of wie dan ook) praat, wees er dan ook echt. Geen telefoon in de hand dus.
  • Spreek af dat er een wachttijd van vijf minuten geldt voordat er op een geluidje van de telefoon wordt gereageerd. Vaak is de eerste impuls om meteen te kijken dan alweer voorbij.
  • Uw zoon of dochter kan deze zelftest van Be Aware online invullen om te bekijken of er sprake is van een (beginnende) verslaving.

Auteur: Moniek Reede